08/11/2008
Het Nieuwsblad
Ontslagvergoeding mag nooit hoger zijn dan achttien maanden
De federale regering legt een plafond op voor de ontslagvergoedingen voor topmanagers. Voor de meeste managers mag die vergoeding niet hoger zijn dan twaalf maanden. De werkgeversorganisatie VBO reageert teleurgesteld.
Excessen als bij de CFO van Fortis Gilbert Mittler en ex-CEO Herman Verwilst, die bij hun vertrek recht hadden op driemaal hun jaarloon (in het geval van Verwilst verzet de regering zich hiertegen), worden door de nieuwe regeling onmogelijk. De gouden parachute blijft in de praktijk in de meeste gevallen beperkt tot maximum twaalf maanden. Dat ligt in de lijn van wat in Nederland gebruikelijk is.
Alleen uitvoerende bestuurders, directieleden en alle personen die binnen een beursgenoteerd bedrijf belast zijn met de dagelijkse leiding en die meer dan twintig jaar dienst hebben, kunnen een grotere opzeg bedingen. Tot vijftien maanden vast loon voor wie meer dan twintig jaar dienst heeft, los van het sociaal statuut. Tot achttien maanden voor wie meer dan 25 jaar voor een bedrijf werkt. Met premies en ander variabel loon wordt er geen rekening gehouden.
De regeling is een compromis tussen aan de ene kant Open VLD, die bij monde van minister van Economie Vincent Van Quickenborne aandrong op een ontslagpremie van achttien maanden, en de PS, die de termijn korter wou houden. Die achttien maanden is ook het absolute plafond. Bedrijven kunnen met hun management wel lagere opzegvergoedingen afspreken.
Philippe Lambrecht, bestuurder-secretaris-generaal van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) reageert kritisch op de beslissing van de federale regering. 'Wij betreuren dat de regering gekozen heeft tegen zelfregulering, terwijl wij net een voorstel in die richting hadden gedaan. We zijn er ook niet helemaal zeker van dat deze wet juridische zekerheid verschaft. We willen toch eens bekijken of het gelijkheidsprincipe niet geschonden is.'
'We moeten voorkomen dat België een eiland wordt. In Duitsland of Frankrijk bedraagt de opzeg twee jaar. We moeten opletten dat we straks nog topmensen kunnen aantrekken', zegt Lambrecht.
Hij betreurt ook dat er geen onderscheid is gemaakt naargelang van het goed of slecht presteren van de manager. 'Wat als een goed presterende manager moet vertrekken door een wijziging in het aandeelhouderschap? Is het dan rechtvaardig om zijn ontslagvergoeding te beperken?'
SP.A-Kamerlid Bruno Tuybens, die als staatssecretaris al de aanval inzette op de hoge lonen en ontslagvergoedingen van managers, reageert tevreden. 'Het smaakt zoet dat de federale regering dit nu doet terwijl de SP.A in de oppositie zit', zegt hij. Hij mist wel een wettelijk initiatief rond de bonussen van managers. Die moeten volgens hem ook rekening houden met onder meer de tevredenheid van de klanten of de milieu-impact.
De nieuwe regeling geldt voor alle contracten die worden beëindigd na het in werking treden van de wet. Die wordt ook gekoppeld aan een andere wet, die in uitvoering van een Europese richtlijn een 'verklaring van deugdelijk bestuur' invoert, een onderdeel van het jaarverslag. Bedrijven zullen moeten aangeven welke corporate governance-code ze volgen en welke bepalingen daaruit ze al dan niet naleven. De regering kan wettelijk een referentiecode vastleggen.
Bedrijven moeten ook een remuneratieverslag opstellen, dat voor meer transparantie zorgt in het verloningsbeleid van een onderneming. Dat verslag wordt voorbereid door een remuneratiecomité, dat bestaat uit leden van de raad van bestuur, en moet worden goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders en door de ondernemingsraad.
'Meer transparantie over het verloningsbeleid moet het vertrouwen in onze bedrijven helpen herstellen', hoopt vicepremier Jo Vandeurzen (CD&V).