Een lichtjes bleke voorzitter die de verkiezingen van 2007 wint.
Conservatief maar tot het uiterste discreet, een harde werker, het “manusje van alles” van Yves Leterme behoort tot een nieuwe generatie van politiek Vlaanderen, weinig vertrouwd met de kunst om de Franstaligen tot akkoorden te bewegen.
Een lichtjes bleke voorzitter die de verkiezingen van 2007 wint.
Hij ontvangt ons in zijn eigen Limburgse Genk en staat erop dat het onderhoud doorgaat aan het “ZOL”, het Ziekenhuis Oost-Limburg, waarvan hij tien jaar lang voorzitter was, tot 2006. Jo Vandeurzen steekt zijn trots niet onder stoelen of banken: “Hier ziet U het voorbeeld van een efficiënt openbaar Ziekenhuis dat zonder verlies draait terwijl het kwaliteitszorg biedt tegen een democratisch tarief !”, verzekert hij terwijl hij wijst naar het immense gebouw. Is dit een bijkomend argument voor de afscheiding van de gezondheidszorg? Hij knijpt zijn cocker-ogen halfdicht. De man glimlacht. “Door een verantwoord management te voeren kan men alles bereiken”, antwoordt hij op een ietwat jezuïetachtige manier.
Zijn credo is hetzelfde binnen het domein van justitie, waarvan hij de portefeuille beheert binnen de interim-regering Verhofstadt III. De opvolger van Laurette Onkelinx heeft aangekondigd dat hij meer gevangenissen wil, zeer tot ongenoegen van de criminologen. “Het is niet de bedoeling om hierin nieuwe gedetineerden onder te brengen”, verdedigt de vroegere advocaat in burgerlijke zaken zich. Hij was overigens lid van de parlementaire commissie Dutroux in 1996. “Ik ben niet repressief, maar er moet wel een oplossing gevonden worden voor de overbevolking in de gevangenissen” (NVDR er zijn meer dan 9.700 gedetineerden voor 8.300 plaatsen).
Hij is een vurig voorvechter van het nemen van verantwoordelijkheid in de politiek; net als zijn “peter” Yves Leterme wordt hij dan ook als “grijze muis” bestempeld. Jean-Marie Dedecker vergeleek eens het charisma van Vandeurzen met dat van een lavabo. Een gratis gemene streek vanwege de populistische grootspreker waarvan de media met volle teugen genoten. De “lavabo” erkent zijn gebreken. Zelfs zijn scoutstotem, gespierde Cheetah (luipaard) schrift hij toe aan een te rijk beschonken avond met zijn leiders. Eerder warm en altijd eenvoudig nuanceert de forse man uit Genk, die bij de verkiezingen van juni vorig jaar in Limburg het grootst aantal stemmen vergaarde: “Kijk hier in de buurt maar eens rond of het mij aan charisma ontbreekt !” En inderdaad, in het cafetaria van het ZOL, waar we samen zitten, wordt hij met de regelmaat van de klok onderbroken door mensen die hij persoonlijk niet kent, maar die hem toch komen groeten.
Deze zoon van een advocaat en kleinzoon van de centrum-linkse burgemeester van Beringen, heeft zijn professionele en politieke carrière opgebouwd in Genk, waar hij opgegroeid is en waar hij gehuwd is. Als jurist, als voorzitter van de plaatselijke CVP-afdeling in de jaren 80, daarna als voorzitter van het OCMW van de stad Genk, heeft hij de moeilijke sluiting meegemaakt van de laatste steenkoolmijnen in Limburg. De reconversie van de groene provincie kende een spectaculair verloop. “Jobs creëren was niet voldoende, er moest vooral worden geïnvesteerd in de sociale verbondenheid van alle verenigingen op het terrein”, verduidelijkt Vandeurzen met overtuiging alsof het ging om een universele methode.
“L’union fait la force” zou zijn leuze kunnen zijn, maar wel naar Vlaamse maatstaven. Het is toch maar deze federatiebouwer, deze ‘”Mister 800.000 stemmen” die zijn deel heeft gehad in de overwinning van 10 juni 2007. “Hij werd verkozen aan het hoofd van de CD&V, boven Pieter De Crem, net omdat hij de capaciteit had om de kerk in het midden te houden, zonder opschudding te veroorzaken in de meest pure traditie van de Vlaamse christendemocraten”, aldus Stefan Fiers, politicoloog aan de Katholieke Universiteit Leuven. In de schaduw van de ware leider van de CD&V, Yves Leterme, heeft de weinig flamboyante voorzitter in feite gewerkt aan een verzoening tussen de oude garde van de partij en de leden van de nieuwe generatie waarvan hijzelf deel uitmaakt: een generatie die haar carrière niet opgebouwd heeft in de Belgische, maar in de Vlaamse politiek en die dus ook weinig vertrouwd is met het sluiten van compromissen met de Franstaligen.
Jo Vandeurzen is nochtans geen enthousiasteling waar het taalgebonden materies betreft. “Hij neigt eerder naar de tendens van de oude partijbonzen door de leuze Vlaanderen eerst voor te staan, maar hij daagt niemand uit” aldus luidt de analyse van Lieven De Winter, politicoloog aan de Katholieke Universiteit van Brussel. Zijn absolute trouw aan Bart De Wever, voorzitter van de NVA, met wie hij graag goed tafelt (bij voorkeur in Italiaanse restaurants) maakt deel uit van zijn persoon. “Als voorzitter had ik geen keuze. Men moet logisch redeneren”, doet hij opmerken.
Hij realiseert zich dat hij de meest delicate politieke post bekleedt doordat hij de teugels in handen heeft van de grootste partij in Vlaanderen. Gedurende negen maanden van oranje-blauwe onderhandelingen heeft hij veel beledigingen en onzin moeten slikken. Op een bepaald ogenblik overwoog hij zelfs om ontslag te nemen want na de Vlaamse stemming in het voordeel van de scheiding van BHV in de Commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer op 7 november 2007, stond hij er alleen voor om tegen een regering in te gaan die dringend moest worden verlost van alle communautaire dossiers. De Standaard vertelt dat tegenover de ijskoude vastberadenheid, ten toon gespreid door “Madame Non”, Jo op instorten stond toen hij begreep dat al zijn pogingen tevergeefs waren geweest. Die dag kwam hij thuis, behoorlijk wat vroeger dan zijn gewoonte was, met tranen in de ogen: zijn dochter Tine (17 jaar) en zijn zoon Tuur (15 jaar) hebben toen zijn BlackBerry bemachtigd en een SMS gestuurd naar de voorzitster van het CDH: “Kunt U aub niet zo boos zijn op onze papa? U heeft toch ook kinderen, Mevrouw Milquet?”
Toen Guy Verhofstadt terug aan het roer kwam, op 20 december, voelde Jo Vandeurzen zich opgelucht. Toen hij benoemd werd op Justitie kon hij zijn oude passie weer opnemen. Boven alles was hij van toen af bevrijd van het juk van Yves Leterme voor wie hij zo vaak de tweede trawant had moeten spelen. Maar de adempauze was van korte duur: “de baas” wordt ziek en men doet opnieuw beroep op zijn talenten als redder in nood om de begrotingsonderhandelingen te voeren. Is hij dan echt veroordeeld om zich tevreden te stellen met de tweede plaats. Zelfs al heeft hij geen buitensporig ego, wat in de politiek niet vaak voorkomt, misschien slaagt de advocaat uit Genk er goed in zijn tactiek te verbergen. Zijn geliefkoosd boek op het ogenblik: “In Europa” van de Nederlandse historicus Geert Mak, die Europa doorkruiste om de balans op te maken van de 20ste eeuw.
Le Vif Express, 21 februari 2008