08/04/2008
<HUMO> Voor we de echt interessante onderwerpen aansnijden: wat volg je op school?
<Toon Vandeurzen> «Ik ben net van school veranderd. Vroeger ging ik met tegenzin naar het lyceum, maar op het college waar ik nu zit voel ik me beter en loop ik ook niet meer zo slechtgehumeurd rond. Ik volg al vier jaar Latijn, maar ik wil overstappen naar de wetenschappelijke richting. Ik ben helemaal niet zo goed in wetenschappen, maar ik doe het heel graag. Later, aan de universiteit, wil ik psyschologie studeren.»
<HUMO> Wat trekt je daarin aan?
<Toon> «Ik heb al wat cursussen van een psychologiestudent ingekeken en
dat leek me erg interessant. Wat je bijvoorbeeld allemaal kunt doen met de
opvoeding van een kind en hoe je dat kunt sturen!»
<HUMO> Zou je niet liever alleen maar met muziek bezig zijn?
<Toon> «Natuurlijk! Maar ik besef dat in België de kans klein is dat je van je
muziek kunt leven en dus probeer ik de dromerij binnen de perken te houden.
Als ik later een baan heb, zal ik op een of andere manier nog wel met muziek bezig blijven.»
<HUMO> Ben je niet van plan om het te proberen als beroepsmuzikant?
<Toon> «Misschien, maar dan heel rustig aan. We nemen nu met de groep nieuwe nummers op en als er eentje aanslaat, wie weet? Dat zou fantastisch zijn. Soms hoop ik het wel, maar ik reken er niet op.»
<HUMO> Of zijn jullie niet goed genoeg?
<Toon> (zelfverzekerd) «Jawel, maar er breken heel weinig groepjes echt door. Als we af en toe kunnen optreden en er iets mee verdienen is dat al goed genoeg voor mij.»
<HUMO> Waar komt je muziekmicrobe vandaan? Zit het in de familie?
<Toon> «Een beetje wel. Mijn vader speelde geen instrument, maar hij is deejay geweest.»
<HUMO> Ga weg!
<Toon> «Echt waar. Bij ons thuis of als er een familiefeest is, zorgt hij voor de muziek en is hij met de cd’s bezig. Ik heb ook een oom die piano speelt en eentje die drumt bij een groep. Ik heb een jaar muziekles en notenleer gevolgd, maar dat vond ik niet zo fijn. Voor mijn plechtige communie heb ik een elektrische gitaar gekregen en zo ben ik bij dit groepje beland. Ik speel vooral op het gevoel en ik kan ook wel overweg met de akkoordenschema’s die je bijvoorbeeld van het internet kunt halen. Ik zie mezelf niet op een podium staan met zo’n muziekstandaard voor m’n neus.»
<HUMO> Hoe goed ben je als gitarist?
<Toon> «Hmm, ik kan goed mee met de rest van de groep, maar ik ben geen Jimi Hendrix of zo.»
<HUMO> Wie zijn je gitaaridolen?
<Toon> «Tom DeLonge van Blink 182 (Amerikaanse punkrockband, red.) en Kele Okereke, de frontman van Bloc Party en ook Arctic Monkeys (allebei Britse postpunkbands, red.) vind ik heel goed. Ik hou ook erg van Sigur Rós.»
<HUMO> Die IJslanders maken toch totaal andere muziek dan jullie postpunk?
<Toon> «Ja, dat wel. Het is bijna new age-achtige, wat zweverige muziek met IJslandse teksten waar je geen woord van begrijpt. Ik hou wel van dat sfeertje. Ze hebben ook een film gemaakt (Heima, red.) en ze komen dit jaar naar Werchter!»
<HUMO> Geen enkele Belgische groep op je voorkeurlijstje?
<Toon> «Nee. Mijn hele vriendenkring is wild van dEUS, maar ik niet.»
<HUMO> Hun nieuwe single ‘The architect’ is toch ijzersterk?
<Toon> «Mja, hoe meer ik dat nummer hoor, hoe beter het wordt. Maar voor de rest? Ik zou geen cd’s van ze kopen.»
<HUMO> Ben je naast muziek nog met andere kunstvormen bezig?
<Toon> «Niet echt, ik vind dat je in muziek al heel breed kunt gaan, van hiphop tot klassiek en ik hou wel van experimenteren. Naast muziek ben ik alleen nog actief bij de vlaggendansgroep Symbolica.»
<HUMO> Què? Een postpunker die aan vendelzwaaien doet?
<Toon> «Het is niet wat je denkt! We marcheren niet op straat in een stoet achter een fanfare. We brengen op een podium stijlvolle choreografie met vlaggen en muziek. De groep is heel populair in Genk en treedt geregeld op in het buitenland. Maar ik word er stilaan te oud voor, denk ik. We hebben het ook heel druk met de band, nu we terug bezig zijn met studio-opnames.»
<HUMO> Treden jullie vaak op met de band?
<Toon> «Een paar keer per maand. Het begint terug wat op gang te komen. In Genk en omstreken zijn we al redelijk bekend, maar ik treed toch het liefste op waar niemand ons kent. Dan krijg je de eerlijkste reacties van het publiek.»
<HUMO> Hebben jullie niet meegedaan aan Humo’s Rock Rally?
<Toon> «We hebben een demo ingestuurd, maar die is helaas niet door de eerste selectie geraakt. Ik denk dat we een verkeerde cover als openingsnummer hadden gekozen: een stevige rockversie van ‘Umbrella’ van Rihanna.»
<HUMO> Of misschien ben je stilaan te oud voor de Rock Rally? De winnaars van Steak Number Eight waren gemiddeld veertien jaar.
<Toon> (lacht) «Ja. Hard metal is niet echt mijn genre, maar die jongens zijn wél goed en ze hebben toch maar mooi een cheque van tienduizend euro verdiend.»
<HUMO> Hier staat een klein kapitaal aan drums, gitaren, Marshallversterkers, computers, mengpanelen en microfoons. Hoe komen jullie rond? Is papa Jo bijzonder gul?
<Toon> «Nee, helemaal niet zelfs. Mijn zus zit op ballet en wordt gesteund voor het lidgeld, maar ik moet mijn instrumenten zelf kopen. Dus moet ik vooral sparen van m’n zakgeld en wat ik met kerst krijg en ik zet ook wel wat opzij van wat we met onze optredens verdienen. Ik heb nu drie gitaren die alles samen toch wel 1.700 euro hebben gekost. Het liefste verdien ik mijn centen met optreden. Een baantje heb ik niet, maar deze vakantie zal ik er wel eentje moeten nemen van thuis, denk ik.»
<HUMO> Ben je streng opgevoed?
<Toon> «In zekere zin wel, ook al heb ik nogal wat vrijheid. Thuis zijn ze vooral streng als het op schoolprestaties aankomt. Ze verwachten heel veel. Maar als ik niet te ver buiten de lijntjes loop, is er wel een ander mogelijk. In het vijfde studiejaar mocht ik met m’n vader bijvoorbeeld al mee naar Pukkelpop. Mama vond dat ik nog veel te jong was. Na een uurtje had m’n vader er genoeg van en mocht ik alleen achterblijven. Tot m’n moeder me opbelde en vroeg om papa even door te geven! Toen zwaaide er wel wat en is papa me onmiddellijk komen terughalen.»
<HUMO> Blijkbaar is papa zelf ook streng opgevoed door zijn vrouw?
<Toon> «Ja, hij ligt wat onder de sloef. Hij is heel veel weg en dus is mama de baas in huis. Als we van haar iets niet mogen, bellen we naar papa.»
<HUMO> Werkt die oeroude truc dan nog?
<Toon> «O ja, en zeker als mama er een paar dagen niet is, is het zalig. Papa staat gewoon veel meer toe.»
<HUMO> Ben je katholiek opgevoed?
<Toon> «Goh, wat is katholiek? Met Pasen en een paar feestdagen gaan we samen naar de kerk en dat is het zowat. Bompa en bomma gaan wel elke week naar de mis, maar wij niet.»
<HUMO> Ben je gelovig?
<Toon> «Ja, ik geloof wel dat… Of nee, ik hóóp dat er een goede God bestaat. Voor ik ga slapen zeg ik soms een gebedje. Zeker als het examentijd is.»
<HUMO> Dat lijkt ons meer op opportunisme, dan diep geloof.
<Toon> «Een beetje wel.»
<HUMO> Heb je interesse voor wat je vader doet?
<Toon> «Niet echt. Ik vind eigenlijk dat hij een rotleven heeft. Hij is heel weinig thuis en ziet zijn vrouw en zijn kinderen nauwelijks. Soms is hij echt geradbraakt als hij thuiskomt en toch denk ik dat hij zijn baan graag doet. Hij stopt er zoveel energie in dat hij daardoor toch veel andere dingen mist, vind ik. Toen hij in het begin parlementslid was, viel het allemaal nog mee. Maar sinds hij eerst partijvoorzitter en daarna minister werd, zien we hem maar weinig. Ach, dat word je ook gewoon. Soms neemt hij ons mee op restaurant en ik ben ook al eens in Brussel naar zijn kantoor geweest, maar we doen eigenlijk weinig samen.»
<HUMO> Praat je met hem over zijn werk als politicus?
<Toon> «Ja en hij legt me dan allerlei zaken uit.»
<HUMO> Heeft hij jou het belang van de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde uitgelegd?
<Toon> (grijnst) «Al zeker vijf keer, maar ik snap er nog altijd niks van. Wat in Brussel gebeurt interesseert me niet zo erg, wél wat mijn vader zelf doet.»
<HUMO> Weet je waarom je zus en je broer liever geen interview wilden geven?
<Toon> «Mijn broer is pas tien jaar en nog te jong en mijn oudere zus heeft niet zo’n goede ervaringen met de pers. Toen bekend werd dat ze tijdens de regeringsonderhandelingen een sms had gestuurd naar Joëlle Milquet hingen er meteen tientallen journalisten aan de lijn. Ik denk dat ze bang is dat er weer stoute of stomme dingen over mijn vader zouden verschijnen.»
<HUMO> Jij bent niet bang om stoute of foute dingen te zeggen?
<Toon> «Niet echt. Foute dingen kan ik al helemaal niet vertellen, want ik weet nauwelijks wat mijn vader allemaal doet of zegt. Dus?»
<HUMO> Uit die roemruchte sms bleek dat de kinderen Vandeurzen zeer bezorgd waren over hoe hard hun vader door zijn politieke tegenstrevers werd aangepakt.
<Toon> «Ik heb die sms niet verstuurd, hoor. Papa was op een avond heel ongelukkig thuisgekomen en ‘s anderendaags hoorde ik dat er iets aan de hand was. M’n moeder zat m’n zus achterna en probeerde haar de gsm van papa af te nemen, maar ze kwam te laat. Het berichtje was verstuurd. Ik heb alleen maar de boodschap gelezen.»
<HUMO> Als je vader zware kritiek krijgt in de pers of van collega’s, raakt jou dat dan?
<Toon> «Het is vooral erg voor m’n vader. Mij raakt dat niet, maar hij trekt het zich soms te erg aan, vind ik. Hij piekert te veel. Als hij zelf een interview heeft gegeven, maakt hij zich zorgen of hij dit of dat wel had mogen zeggen en dan belt hij naar mama. Misschien is hij soms een beetje onzeker?»
<HUMO> Wat denk je als je in de krant leest dat hij het charisma heeft van een natgeregend kartonnen bekertje?
<Toon> «Of van een lavabo! Daar lachen we natuurlijk mee en mijn moeder troost hem dan. Het is natuurlijk ook niet waar. Alleen bomma en bompa kunnen totaal niet tegen dat soort commentaren.»
<HUMO> Waar kun jij niet tegen? Als The Lazy Freeloaders afgekraakt worden?
<Toon> «Nee. Weet je wat ik stom vind? Als we voor een optreden aangekondigd worden als de band met de zoon van minister Vandeurzen. Dat hààt ik. Een tijdje geleden was er een interviewtje voor een lokale radio en begonnen ze ook weer over m’n vader; kan ik echt niet tegen. Wat doet mijn achternaam ertoe?»
<HUMO> Zonder die achternaam stond je wellicht niet in Humo.
<Toon> «Oké, dat is natuurlijk een voordeel, maar voor de rest kan ik er maar weinig bedenken. Mijn naam doet er toch niet toe als het om onze muziek gaat?»
<HUMO> Je vader is minister van Justitie. Moet je nu zelf meer op je tellen passen?
<Toon> «In het begin heeft m’n vader wel gezegd: jongens, zorg ervoor dat jullie geen stomme dingen doen, want de eerste die vliegt is de minister zelf. Maar ik hou me niet speciaal in bij wat ik doe.»
<HUMO> Wat zouden die stomme dingen zoal kunnen zijn?
<Toon> «Als ik opgepakt word met alcohol of heroïne, zeker?»
<HUMO> Met een joint zou je nog wegkomen?
<Toon> «Nee, ook niet.»
<HUMO> Dus daar ben je onmiddellijk na zijn eedaflegging als minister mee gestopt?
<Toon> «Nee, mijn vader is altijd heel sterk tegen drugs geweest, dus daar durven we zelfs niet aan beginnen.»
<HUMO> Het ruikt hier nochtans wat raar.
<Toon> «Da’s van de waterpijp! We hadden hier gisteren een klein feestje met vrienden.»
<HUMO> Ben je op jouw leeftijd een rebel tegen het ouderlijk gezag?
<Toon> «Mijn ouders zeggen dat ik mijn rebelse periode al heb gehad toen ik een jaar of dertien was. Niet dat ik vandaag de perfecte zoon ben, maar er is geen ruzie meer over allerlei puberale dingen zoals uitgaan of welke kleren ik draag of m’n haar. Ik krijg steeds minder regels opgelegd.»
<HUMO> Zijn er dan geen dingen waarover je het totaal oneens bent met je ouders?
<Toon> «Toch wel. Ze zijn allebei heel fel tegen brommertjes. Ze vinden dat onveilig. Ik zou er graag eentje hebben, want ik ben zowat de enige van m’n vrienden die overal op de fiets naartoe mag sjezen. Over vriendjes en vriendinnetjes verschillen we ook wel van mening. Vooral mijn zus heeft daar conflicten over omdat haar vriendje niet mag blijven slapen.»
<HUMO> Hoe vergaat het jou in de liefde?
<Toon> «Goed.»
<HUMO> Hoe goed?
<Toon> «Ik heb een vriendin en die zou ik ook nooit als logee mogen uitnodigen, maar ik maak daar geen ruzie over.»
<HUMO> Jij gaat gewoon bij haar logeren?
<Toon> «Ook niet, want onze ouders kennen elkaar te goed.»
<HUMO> Dus een en ander moet stiekem?
<Toon> (grijnst) «Ja, zeker?»
<HUMO> Helpt in een groepje spelen om meisjes te versieren?
<Toon> «Vooral ons jongste groepslid is een vrouwenmagneet. We zien er stilaan zelfs wat tegenop om nog met hem op het podium te staan want hij trekt alle aandacht naar zich toe (Hilariteit bij de toehoorders). Ik heb geen schare vrouwelijke fans. Hoeft ook niet.»
<HUMO> Wat vindt je vader van jullie muziek?
<Toon> «Ik denk dat hij er helemaal niet van houdt. Hij komt soms wel even kijken maar met tegenzin, vermoed ik. Als we iets hebben opgenomen zegt hij weleens dat het nergens naar lijkt. Ik vind het wel plezant als m’n vader eens komt luisteren, maar mijn ouders hoeven ons niet per se goed te vinden. In de politiek zitten trouwens veeleer fans van klassieke muziek, denk ik. Mijn ouders zijn blijkbaar wel eens geschrokken van de grove taal die ik op het podium uitsloeg. Ik riep iets over bier en tieten, geloof ik. Van de andere groepsleden krijg ik nu geen microfoon meer (lacht).»
<HUMO> Waar wil je binnen twintig jaar staan? Als beroemd muzikant op de grote podia van de wereld?
<Toon> «Daar kun je op hopen, maar als ik een beetje realistisch blijf….»
<HUMO> … wordt het een eigen huisje, een vrouw, twee kinderen en een baan als psycholoog?
<Toon> «Waarom niet? En op zondag komen oma en opa eten.»
<HUMO> Rosbief met kroketten en groentenkrans!
<Toon> (lacht) «Ja, heel gewoon vind ik ook al goed. Ik heb nu eenmaal geen wilde plannen om de wereld te veroveren of rond te reizen. Ik ben geen avonturier.»
<HUMO> Geen zin om er met de rugzak samen met vrienden op uit te trekken?
<Toon> «Niet echt. Ik zou wel met de caravan met een paar vrienden op reis willen, maar zeker niet rugzak en tent.»
<HUMO> Zijn Limburgers dan geen wereldburgers?
<Toon> «Ik voel me vooral Genkenaar. Er gebeurt heel veel in de stad en ze doen behoorlijk wat voor jongeren en de muziekgroepjes. Ik ben best wel trots op Genk.»
<HUMO> In de rest van Vlaanderen wordt wel eens lacherig gedaan over die brave, trage Limburgers.
<Toon> «Daar trek ik me niks van aan. Onder muzikanten speelt dat ook niet. Als ik chat met andere muzikanten klikt dat meestal prima en doet het er helemaal niet toe waar je vandaan komt.»
<HUMO> Wat vind je je grootste talent?
<Toon> «Geen idee. Mijn passie is muziek, maar ik blink nergens echt in uit - niet in sport, niet in studeren en ook niet in muziek. Maar ik vind dat niet erg.»
<HUMO> Vind je jezelf dan maar doorsnee?
<Toon> «Eigenlijk wel. Ik wil ook niet speciaal veel bereiken.»
<HUMO> Komaan! Wie met een gitaar op een podium gaat staan, heeft toch ambitie?
<Toon> «Ik ben vooral tevreden als ik in het zonnetje kan zitten, met een pintje en een paar vrienden.»
<HUMO> Krijg je dan geen kick van jullie optredens?
<Toon> «Ja, het is zelfs heel fijn als je voelt dat je goed bezig bent en het publiek meekrijgt. We hebben in het jeugdhuis toch al voor een paar honderd man gespeeld en dat geeft een leuk gevoel van macht.»
<HUMO> Ben je een vaderskindje of een moederskindje?
<Toon> «Vaderskindje. Als ik ruzie heb is het met m’n moeder en dan bel ik meteen m’n vader op. Hij belt dan met mama en zo wordt het weer bijgelegd. Hij neemt het niet altijd zomaar voor ons op, maar hij verdedigt ons meestal toch in conflicten. Maar als mama heel stevig uit de hoek komt, houdt hij zich in. Eigenlijk is papa een piske.»
<HUMO> Pardon?
<Toon> (lacht) «Ja, hij durft niet zoveel. Zeker niet tegen mijn moeder!»
<HUMO> Eigenlijk zou je mama beter in de politiek zitten?
<Toon> «Misschien wel, maar achter elke belangrijke politicus staat toch zo’n straffe vrouw?»
<HUMO> Zit het er in dat je zelf ooit in de politiek stapt? De juiste achternaam heb je al.
<Toon> «Hmm, misschien is die achternaam dan wel een nadeel. Ik vind het vooral geen leuk leven als politicus. Veel te druk en elke dag naar Brussel en ’s avonds thuis doorwerken en als je één verkeerd woord zegt, blijft je dat weken achtervolgen. Dat is toch geen echt aangenaam milieu?»
<HUMO> Stel dat je morgen zelf minister was, wat zou je eerste beslissing zijn?
<Toon> «Ik zou maatregelen nemen zodat buitenlanders zich beter aanpassen aan ons land.»
<HUMO> Doen ze dat niet genoeg?
<Toon> «In Genk toch niet, vind ik. Als je ze aanspreekt op straat, verstaan ze vaak geen woord Nederlands. Die jongeren hangen rond op de pleintjes en roepen dingen naar je die je niet begrijpt of ze zoeken ruzie op fuiven. Op straat mag je ze nauwelijks aankijken of ze komen meteen op je af. Ze sturen een sms’je en voor je het weet staat er dertig man rond je. Doe toch eens normaal, denk ik dan. Ik heb ook al een paar keer meppen gekregen, al had ik helemaal niks verkeerds gedaan. Eén keertje had ik een gescheurde oorlel. Een andere keer moest ik op het politiebureau getuigen omdat een vriend problemen met ze had gekregen. Ik krijg er gewoon stress van.»
<HUMO> Vertel je dat thuis? Wat zegt je vader dan?
<Toon> «Pff, niet zo veel. ‘Pech gehad’, zegt hij. Ze doen natuurlijk niet allemaal vervelend en ik heb ook Turkse vrienden, maar toch. Die jonge gasten uit de cités met hun stoere praatjes die niet eens fatsoenlijk Nederlands kennen, zouden zich toch beter mogen aanpassen aan onze gewoontes?»
Als ik ergens op bezoek ga, eet ik wat de pot schaft. Ik zou zeggen: aanpassen of eruit. Als je ergens komt wonen, moet je toch minstens de taal leren?»
<HUMO>‘Aanpassen of opkrassen’ is een slogan van het Vlaams Belang, een partij die voor racisme is veroordeeld. Ben je niet bang om zelf voor racist te worden uitgescholden als je zulke dingen zegt?
<Toon> «Zo fel tegen de buitenlanders ben ik nu ook weer niet. Ik haat ze niet, hè. Ik ben zeker geen overdreven racist.»
<HUMO> Een klein beetje maar? Je vader zal het graag lezen.
<Toon> «Ik zeg toch alleen maar dat het in Genk soms erg is?
Mijn vader weet hoe ik erover denk. We hebben er al over gediscussieerd, maar hij weet natuurlijk niet goed wat er allemaal gebeurt onder jongeren in het uitgaansleven. Soms vraagt hij op wie ik zou stemmen als ik achttien ben. Ik weet het niet. Het Vlaams Belang is tegen alle buitenlanders en ze zijn ook alleen daar mee bezig, dus zou ik wellicht toch op de partij van mijn vader stemmen.»
<HUMO> Je hecht blijkbaar nogal belang aan je taal. Waarom zingen jullie in het Engels en niet in het Nederlands?
<Toon> «Als ik teksten schrijf, doe ik dat vaak eerst in het Nederlands en nadien vertaal ik dat. Engels past gewoon beter bij onze muziek.»
<HUMO> Ben je een lezer?
<Toon> «Alleen als ze me verplichten. ‘De Arkvaarders’ (van Anne Provoost, red.) is het laatste boek dat ik heb gelezen. Ik vond het slecht. Ik lees gewoon niet graag van die ellenlange teksten. Een stuk in de krant of in Humo vind ik al lang genoeg.»
<HUMO> Heb je geheimen voor je vader?
<Toon> «Zoals iedereen zeker? Er zijn dus wel dingetjes waarvan ik denk: als hij dat zou weten, zou ik hangen. (lacht)»
<HUMO> Verklap eens zo’n geheimpje? Het hoeven niet meteen criminele feiten te zijn.
<Toon> «Ik denk dat hij niet echt doorheeft hoeveel tijd er in muziek gaat. Hij denkt wellicht dat ik op m’n vrije woensdagmiddag wat speel, maar eigenlijk ben ik bijna van ’s ochtends tot ’s avonds met muziek bezig. Muziek beluisteren, zelf dingetjes opschrijven, erover praten of chatten, enzovoort. En repeteren met de groep doen we zo’n
drie, vier uur per week.»
<HUMO> Tot slot: waar komt jullie groepsnaam The Lazy Freeloaders vandaan?
<Toon> «Een van de bandleden heeft ‘freeloader’ opgepikt uit die muziekfilm ‘School of Rock’.»
<HUMO> En ‘lazy’ hebben van jullie er zelf bij verzonnen? Ben je een luie klaploper?
<Toon> (grijnst) «Eigenlijk ben ik wel een beetje een luiaard, maar een freeloader? Zeker niet!»
<HUMO> Oké dat was het, tenzij je nog een laatste dringende boodschap hebt?
<Toon> «Aangezien ik hem zo weinig zie: de groetjes aan m’n vader!»
<HUMO> Fijn!
Ga naar : The lazy freeloaders
Humo, 8 april 2008