14/07/2008
Op 10 juli 2008 bezocht Minister van Justitie Jo Vandeurzen samen met zijn Nederlandse collega, staatssecretaris Nebahat Albayrak de gevangenis van Roermond. Eerder al bezocht Mevrouw Albayrak samen met minister Vandeurzen de gevangenis van Hasselt. Tijdens het bezoek aan de heel moderne gevangenis van Roermond ging bijzondere aandacht uit naar de werking van het Ketenbureau Gevangeniswezen.
Herintegratie van gedetineerden: niet alleen verantwoordelijkheid justitie
Het ketenbureau coördineert binnen het arrondissement Maastricht-Roermond, de samenwerking tussen justitiële en niet-justitiële partners op zowel operationeel, tactisch als strategisch vlak. Concreet betekent dit dat er afspraken worden gemaakt met reclasseringsorganisaties en dat er een samenwerking is met de veiligheidshuizen, de zorginstellingen en de re-integratiebedrijven met het oog op een veiliger Nederland.
Het ketenbureau wenst bij te dragen tot de regionale veiligheid door te focussen op een persoonsgerichte aanpak van de gedetineerde. Periodes van detentie zijn in die visie maar een onderdeel van iemands levensloop. Het bureau werkt intensief samen met verschillende justitiële en niet-justitiële partners. Deze aanpak noemt men een “levensloopbenadering”. De héle levensloop van een mens is van belang en onder meer daarom is ook een geïntegreerde aanpak onontbeerlijk. De plaatselijke overheid, en m.n. de gemeente waar de gedetineerde woont, speelt een rol van betekenis.
Belastende factoren wegnemen
Het Ketenbureau levert een bijdrage aan de uitvoering van het landelijke project “Aansluiting Nazorg”. In dit project wordt iedere gedetineerde binnen de tien werkdagen na binnenkomst in een Penitentiaire Inrichting door een Medewerker Maatschappelijke Dienstverlening (MMD-er) gescreend. De uitkomst van deze screening wordt meegedeeld aan de gemeente, evenals de einddatum van de detentie. Tijdens de detentie probeert de MMD-er samen met de gemeente en de gedetineerde oplossingen te zoeken voor bestaande problemen. Dat gebeurt om te vermijden dat factoren die het plegen van een misdrijf in de hand hebben gewerkt zoveel mogelijk worden weggenomen. Zo zal een gedetineerde minder snel of niet hervallen. De laatste stand van zaken wordt door middel van een overdrachtsdocument, acht weken voor het einde van de detentie doorgegeven aan de gemeente van herkomst. Als er minder dan acht weken straf is, gebeurt deze communicatie zo lang mogelijk op voorhand.
Succesvol terugdringen recidive
Een ander project is het landelijke programma “Terugdringen Recidive” (TR). In dit programma staan de gedetineerde en zijn gedrag centraal. Om te voorkomen dat gedetineerden na hun vrijheidsstraf weer een delict plegen, is het belangrijk te weten waarom hij of zij in criminaliteit terugvalt. Dit zijn de zogenaamde criminogene factoren. Op basis daarvan stellen trajectbegeleiders van het gevangeniswezen en medewerkers van de reclassering een re-integratieplan op. Ze werken daarvoor samen met talrijke justitiële en niet-justitiële partners.
Een evaluatie van het project toont aan dat de recidive door deze aanpak gedaald is met 25%, dat recidive minder frequent voorkomt en ook minder ernstig is van aard. Dit positieve resultaat was het gevolg van gericht maatwerk (behoefte, risico en responsiviteit) met een focus op cognities en gedrag, begeleiding en coaching. De continuïteit wordt gewaarborgd door samenwerking met externe organisaties waarbij men zich richt op gezamenlijke doelen.
Aparte aanpak veelplegers
Nederland kent ook een aparte aanpak voor veelplegers. De rechter kan er veelplegers een maatregel opleggen voor maximaal twee jaar. De maatregel wordt geheel of gedeeltelijk ten uitvoer gelegd in een inrichting voor “stelselmatige daders”. Het gaat dan om volwassenen die in vijf jaar tijd meer dan tien keer een proces-verbaal van de politie hebben gekregen. Tijdens het verblijf bereidt gevangeniswezen de veelpleger voor op een haalbare terugkeer in de samenleving. Daarbij volgt gevangeniswezen een gerichte methodiek. Aan het einde van de detentie begint de gemeente al de nazorg te coördineren. Deze geïntegreerde aanpak moet er toe bijdragen dat de veelpleger niet makkelijk weer in crimineel gedrag vervalt. Het project leert dat de bijzondere inspanning ten aanzien van veelplegers rendeert en uiteindelijk veel overlast bespaart. Ook dit project is in handen van het Ketenbureau.