22/05/2008
Minister Jo Vandeurzen wil, geheel in overeenstemming met wat hij in zijn beleidsnota schreef, komaf maken met de al jaren aanslepende en steeds onrustwekkender proporties aannemende gerechtelijke achterstand in financiële zaken bij het parket van Brussel. De minister heeft met alle betrokkenen, onder wie de Procureur des Konings en de Procureur-generaal van Brussel, een akkoord bereikt over een actieplan dat de financiële sectie van het parket snel weer slagkracht moet verlenen. Tegen eind dit jaar moet de achterstand grotendeels weggewerkt zijn. Ook de politierechtbank van Brussel kampt met achterstand. Daarvoor is een plan in voorbereiding.
Gerechtelijke achterstand bij de financiële sectie van het Brusselse parket
Het Brussels parket heeft een achterstand van 308 zware financiële onderzoeksdossiers. Elk dossier is het resultaat van zorgvuldig onderzoekswerk door politiemensen en magistraten. Voor heel wat van die dossiers dreigt de verjaring en dat is onaanvaardbaar.
Het aantal dossiers is, door de gestage toename van het aantal bedrijven en de veelvuldige financiële criminaliteit in de hoofdstad, jaar na jaar gestegen. Ook het verhoogde aantal politiemensen en de komst van gespecialiseerde politiediensten leverde meer fiscale fraudedossiers op.
De financiële sectie van het Brusselse parket was niet berekend op de toevloed van dossiers. Daar komt bij dat maar 75% van het kader financiële magistraten ingevuld geraakt. Los daarvan had het beheer van de sectie beter gekund. Er zijn de afgelopen jaren zoveel dossiers geopend, dat het met de beschikbare mensen en middelen gewoon onmogelijk werd alles tijdig af te handelen.
Eerdere inspanningen
Zowel de Procureur-generaal als de Procureur des Konings namen eerder initiatieven om de achterstand bij te benen. Zo werden extra magistraten tijdelijk naar de financiële sectie gestuurd en werd een substituut van de Procureur-generaal aangesteld om enkele moeilijke dossiers op te volgen. Maar de achterstand bleef.
Actieplan: Last in, First Out
Het actieplan waarover Minister Jo Vandeurzen een akkoord bereikte, bevat drie maatregelen. Een eerste heet LIFO, wat staat voor ‘Last In, First Out’. LIFO betekent dat het parket een nieuw dossier onmiddellijk behandelt. Het krijgt dus absolute voorrang. Geen enkel nieuw dossier wordt nog opzij gelegd. Een crisiscel pakt tegelijk de oude dossiers aan. Deze speciaal opgerichte cel bestaat uit acht personen van wie vier al in dienst zijn. Het gaat om een substituut van de Procureur-generaal, een Eerste- substituut gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, een jurist van het arbeidsauditoraat en een jurist die overkomt van een andere afdeling van het parket. De overige vier zijn juristen en moeten nog gerecruteerd worden. In hun mand belanden alleen financiële dossiers die ouder zijn dan één jaar.
De oprichting van deze cel laat toe dat de financiële sectie prioriteit geeft aan nieuwe dossiers. De cel blijft aan tot minstens eind dit jaar. Alle leden van de cel nemen op vrijwillige basis deel aan het plan. De vier nog te recruteren juristen blijven ook na het opdoeken van de crisiscel toegevoegd aan het parket of aan het parket-generaal, zodat er geen nieuwe achterstand opgebouwd wordt. Voorts worden vanwege Financiën de al jaren vacante plaatsen van fiscale assistenten ingevuld. Zo zullen twee Nederlandstalige en twee Franstalige fiscale assistenten de financiële sectie van het parket van Brussel en van de twee andere parketten van het rechtsgebied (Leuven en Nijvel) versterken.
Om te vermijden dat onderzoek buitensporige proporties aanneemt en onnodige onderzoeksdaden worden gesteld, zullen de magistraten van de financiële sectie hun aanvankelijke vordering (requisitoir) aan de onderzoeksrechter, bij het openen van het onderzoek, heel gedetailleerd formuleren. Voorts zal het parket tussentijds de voortgang in alle dossiers peilen en indien nodig op het proces ingrijpen.
Orde op zaken
Met dit actieplan moet de gerechtelijke achterstand tegen 31 december 2008 aanzienlijk zijn afgenomen. Om deze streefdatum te halen, is eind juni een eerste evaluatie gepland.
Politieparket en Politierechtbank van Brussel: “gunstige” cijfers.
In 2000 beliep het aantal vonnissen bij de politierechtbank van Brussel dik 20.000. In 2007 waren er dat bijna 45.000. De politierechters van Brussel hebben dus twee keer meer vonnissen uitgesproken in 2007 dan in 2000, terwijl het kader van politierechters identiek bleef.
Het aantal seponeringen (wanneer het parket beslist niet te vervolgen) heeft dezelfde gunstige evolutie gekend: terwijl in 2000 58,65 % van de inbreuken geseponeerd werd, bedroeg de seponeringsgraad in 2007 27,95 %. Deze gunstige cijfers zijn het resultaat van het strenge vervolgingsbeleid van de gerechtelijke overheid, conform de richtlijnen van de regering. Het gevolg is wel dat de politierechters de toevloed aan dagvaardingen nauwelijks aankunnen.
Te weinig kandidaten politierechter
Sinds 2006 ondervindt de politierechtbank bij gebrek aan voldoende kandidaten voor de functie van politierechter een capaciteitstekort van bijna één op vier. Het parket kan om die reden in zo’n 23.000 zaken, hoofdzakelijk lichte parkeerovertredingen, niet dagvaarden.
Na uitvoerig overleg met de gerechtelijke overheid (parket, politierechtbank, Procureur-generaal, Hof van Beroep, Rechtbank van Eerste Aanleg), wenst de minister nu nadrukkelijk dat, naar het voorbeeld van de oplossing voor de achterstand bij de financiële sectie van het parket van Brussel snel een actieplan tot stand komt. Minister van justitie Jo Vandeurzen wil mee zijn schouders zetten onder de bijzondere acties die nodig zijn om de personeelsproblematiek van de Zetel te remediëren. Voor wat het Openbaar Ministerie aangaat vraagt de minister het College van Procureurs-generaal de instroom en verwerking van dossiers (minnelijke schikkingen, onmiddellijke inningen, …) aan de hand van een adequaat managementplan en rekening houdend met de beleidsprioriteiten te stroomlijnen.