50 jaar bestaan CAD Limburg: Strafalternatieven voor druggebruikers

Print deze pagina

10/10/2008

Geachte Heer voorzitter, leden van de Raad van Bestuur, personeelsleden
Geachte Mevrouw Thijs,
Geachte Professor De Ruyver,

Ik ben verheugd hier vandaag aanwezig te mogen zijn op het 50- jarige bestaan van een dienst die mij na aan het hart ligt. In 1997 ben ik verslaggever geworden van de toen opgerichte werkgroep drugs in de kamer van volksvertegenwoordigers. De praktische kant van de problematiek heb ik leren als voorzitter van het OCMW van Genk. Sindsdien ben ik het drugsbeleid, meer in het bijzonder hier in Limburg, van nabij blijven opvolgen.

In deze parlementaire werkgroep werd voor het eerst aangedrongen op een integraal en geïntegreerd drugsbeleid. Dit betekent dat de verschillende sectoren o.m. hulpverlening en de actoren van justitie moeten samenwerken.

In zijn evaluatie van 10 jaar drugsbeleid na de parlementaire werkgroep heeft Professor Brice De Ruyver terecht een aantal sterktes en zwaktes aangehaald. Op verschillende vlakken staan we voor nieuwe uitdagingen.

Wat betreft justitie stel ik vast dat de geesten rijp zijn voor een echte samenwerking tussen justitie en de hulpverlening. Denken we maar aan het project ‘proefzorg’ in Gent, dat voor mij een perfecte illustratie is van wat we destijds in de aanbevelingen van de werkgroep hebben bepleit. Het project laat toe drugsverslaafden al in een vroeg stadium door te verwijzen naar de hulpverlening. Daar is de kans reëel dat een drugsverslaafde zich herpakt. Op die manier wordt een juridische veroordeling vermeden, verlaagt het recidivecijfer en verhoogt de kans op reïntegratie.

Dit is de justitie waarvan ik een pleitbezorger ben: een justitie dat geen eiland is in de samenleving, die haar onafhankelijkheid niet gebruikt als een alibi om zich niét te moeten engageren, maar een justitie die zich inschakelt in een omvattende strategie ten bate van het algemeen welzijn. Wat voor sommigen onverzoenbare protagonisten waren, zijn nu partners aan het worden, met respect voor elkaars eigenheid.

Zoals ik al aankondigde, wens ik dit project nationaal te implementeren en is hiervoor een studie uitgeschreven. De Dienst Strafrechtelijk Beleid onderzoekt momenteel het wettelijk kader van het proefzorgproject, de positie, functie en wettelijke statuut van de casemanager justitie en de financieringsmodaliteiten. Een analoog project loopt ook in Luik. Ook werd er een nieuw proefproject opgestart, nl. de ‘drugsbehandelingskamer’. In dat project slaan zetel, parket, balie, hulpverlening en justitiehuis de handen in elkaar. Het initiatief geeft de aanpak van drugsgebruikers een extra gelaagdheid. Het is een gedurfd project dat we, zoals dat bij het proefzorgproject gebeurd is, ernstig zullen evalueren.

 

Voorts verwacht ik ook veel van de oprichting van de Algemene Cel drugsbeleid, die op 30 september werd opgericht. Een integraal drugsbeleid kan alleen als alle bevoegde overheden en diensten nauw samenwerken.

Eerder dit jaar lichtte ik mijn prioriteiten voor het strafrechtelijk beleid inzake drugs toe. Ik benadrukte toen het belang van “ontrading” en “repressie”.

Justitie houdt de strijd tegen drugsproductie, tegen het aanbod, en tegen drugshandel bovenaan haar agenda. Zonder een repressieve aanpak van het drugsaanbod zijn we aan het dweilen met de kraan open. Dat kan niet de bedoeling zijn. Hier past een efficiënt en resultaatsgericht optreden van politie en justitie. De prioriteiten zijn nadrukkelijk ingeschreven in het Nationaal Veiligheidsplan en maken het voorwerp uit van een beleidsmatige aanpak met meetbare doelstellingen voor politie en justitie. Als gevolg hiervan werd voor het eerst dit jaar een nationaal beleidsplan uitgeschreven voor het openbaar ministerie. Dit plan moet precieze actieplannen opleveren.

Voor de drugsproblematiek in de gevangenissen zijn sinds enkele maanden in overleg met het College van procureurs-generaal initiatieven in voorbereiding ter bestrijding van het drugsgebruik in penitentiaire inrichtingen. Voor het einde van dit jaar zal het College de parketten een richtlijn geven en voor de directies van de strafinrichtingen komt er een ministeriële omzendbrief aan. Deze instrumenten zullen het globale kader uittekenen voor de interventies en voor het drugsbeleid.


Belangrijk in dat beleid is volgens mij:

• een goede balans tussen preventie en voorlichting,
• een efficiënte controle,
• een professionele ondersteuning en begeleiding,
• en een gepaste sanctionering bij misbruik ten aanzien van de gedetineerden maar ook van de bezoekers.

Eigenlijk is het gebruik van drugs onaanvaardbaar in gevangenissen. We moeten zoveel als enigszins haalbaar is vermijden dat drugs worden binnengesmokkeld. De drugsvrije afdelingen in de gevangenissen van Ruiselede en Verviers geven we een degelijke ondersteuning: we werven er bachelors aan (maatschappelijk assistenten en orthopedagogen) die de projecten leiden. In de gevangenis van Brugge komt er een nieuwe, drugsvrije afdeling.

Eén van de belangrijke voorwaarden voor een integraal en geïntegreerd drugsbeleid is duurzame financiering.

Justitie financiert in het kader van de gerechtelijke alternatieve maatregelen centra die instaan voor de vorming en behandeling van verslaafden aan alcohol en andere drugs. Deze alternatieve maatregelen zijn beperkt voor de modaliteiten vrijheid onder voorwaarden, bemiddeling in strafzaken, probatie en genade. Voor dit takenpakket krijgt uw vzw sinds 1996 subsidies uit het globaal plan. Weliswaar maar voor 2 voltijdse medewerkers.

Vorige week heb ik voor de financiering van uw vzw van mijn administratie een positief evaluatiedossier gekregen. Zowel het justitiehuis als de arrondissementele Evaluatie- en Opvolgingscommissie waren uitgesproken positief over uw werk. Ze vermelden het toenemend aantal cliënten van uw diensten – dat ging van 150 in 2006 naar 176 in 2007 -, de individuele aanpak en behandelingstrajecten, de vlotte bereikbaarheid door de antennestructuur en de flexibiliteit ten aanzien van de justiciabelen, bv. door de avondsessies.
 

Ik ben ook blij te horen dat u naast dit project nog 364 andere justitiecliënten therapeutisch ondersteunden. Hun hulpvraag kwam er spontaan, maakte deel uit van de voorbereiding of uitwerking van een reclasseringsplan of was het gevolg van de opgelegde geïndividualiseerde voorwaarden bij bv. een voorwaardelijke invrijheidstelling.

Ik ben er mij terdege van bewust dat de versnippering van financiële middelen over verschillende bevoegde Ministers de continuïteit van uw werkzaamheden in het verleden heeft bemoeilijkt en nog altijd bemoeilijkt. Dat laat zich vooral gevoelen op het stuk van personeelsbeleid, waar het gebrek aan duidelijk toekomstperspectief leidt tot onzekere personeelsstatuten.

Ik waardeer de doorzetting waarmee u begeleidingen voort professionaliseren, en de inzet om de continuïteit in uw begeleidingen zo optimaal mogelijk te verzekeren. Ik vind een visie terug in uw individuele vormings– en behandelingstrajecten voor verslaafden. De doelstelling heeft hier duidelijk alles met kwaliteit te maken. Dat u al 50 jaar aan de slag bent, zegt op zich al veel.

Ook een verslaafde moet kunnen rekenen op continuïteit in zijn individueel begeleidingtraject. Als een cliënt telkens opnieuw zijn levensverhaal moet doen aan weer een andere medewerker van dienst zal er niet gauw een vertrouwensrelatie zijn. Een efficiënte inzet van personeel is een essentieel om de slaagkansen van een therapie te bevorderen.

Om deze reden ben ik ervan overtuigd dat, niet alleen voor uw vzw, maar voor vele andere diensten, een hertekening van het GAM- landschap onontbeerlijk is. De financieringscriteria moeten in de hervorming rekening houden met alle vormen van justitiële begeleiding. De mandaten die justitie op dit moment financiert, moeten op die manier mee in het reguliere hulpverleningsaanbod geïntegreerd worden. Daarom is het essentieel  dat Justitie een beroep kan doen op een betrouwbaar hulpverleningscircuit naar maat van het justitiecliënteel.  Volksgezondheid en de gemeenschappen hebben hier duidelijk hun verantwoordelijkheden. Het is wenselijk dat ze hun bevoegdheden op elkaar afstemmen en onvermijdelijk ook uitbreiden. Ik zal de dialoog hierover dit najaar met mijn collega’s Ministers aangaan. Alleen samenwerkingsprotocollen met mijn collega’s bevoegde ministers kunnen de samenwerking tussen justitie en het zorgcircuit faciliteren. Alleen zo, door vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, als de bevoegdheden duidelijk zijn en alle partners ze goed invullen, alleen zo kunnen we de verslavingsproblematiek geïntegreerd aanpakken! 

Ik dank u