13/06/2008
Het laatste activiteitenverslag van het gevangeniswezen dateert van tien jaar geleden. Ik waardeer het dat Directeur- Generaal Hans Meurisse er een punt van gemaakt heeft door middel van een activiteitenverslag bij te dragen aan de transparantie van het beleid. Met een jaarverslag houden we overzicht, kunnen we terugkoppelen naar wat was, vallen tendensen op en kan men makkelijker aan wetenschappelijk onderzoek doen. Vooral is zo’n jaarverslag ook een uitstekend beleidsinstrument.
Het is afdoend duidelijk intussen dat het gevangeniswezen kampt met een niet aflatende en op verschillende vlakken fnuikende overbevolking. In Vorst heeft de pers onlangs zelf kunnen meemaken wat dat betekent. Drie gevangenen in een cel van geen tien vierkante meter. Een stapelbed en een geïmproviseerd bed op de vloer. Een emmer en een “dépotoir” in plaats van een toilet. En voorts alle nadelen van 19de-eeuwse gevangenissen: vocht, tocht, afbladderende plafonds, ongedierte. In ons land dateren 20 gevangenissen van de 19de eeuw. We hebben niet willen verhelen hoe we eraan toe zijn met een groot aantal gevangenissen anno 2008 in België. Ook dat is transparantie.









En uiteraard zijn deze toestanden onaanvaardbaar ten aanzien van de gedetineerden en evenzeer onaanvaardbaar ten aanzien van het gevangenispersoneel. Op deze manier is het moeilijk de interne rechtspositie van de gedetineerde te vrijwaren. Op deze manier is het moeilijk een geslaagde reïntegratie in de samenleving van gedetineerden voor te bereiden. En toch wordt daarvoor gevochten. Toch wordt op dat vlak schitterend werk geleverd. Het mag een wonder heten.
Maar extra gevangeniscapaciteit is onontbeerlijk. Die moet er komen op basis van het masterplan 2008-2012 voor een gevangenisinfrastructuur in humane omstandigheden dat ik eerder aan de pers voorstelde. Grosso modo steunt het plan op drie poten:
• renovatie
• inbouw op bestaande sites
• nieuwe gevangenissen op nieuwe sites
Renovatie en inbouw kunnen op korte en middellange termijn. De geheel nieuwe gevangenissen komen er door middel van een publiek-private samenwerking en moeten uiterlijk in 2012 klaar zijn. Inmiddels zijn renovaties bezig in Sint-Gillis, Vorst en Doornik en in Turnhout zijn al 12 extra cellen voor geïnterneerden klaar. In Merksplas zijn we gestart met de bouw van een nieuw blok. Sint-Gillis en Hoogstraten krijgen volgend jaar een nieuwbouw.
We willen vermijden dat jonge delinquenten en vooral de veelplegers onder hen bij gebrek aan plaats in de detentiecentra noodgedwongen worden vrijgelaten. De gemeenschappen creëren daarom extra plaatsen en de federale regering doet hetzelfde: in Tongeren en in Saint-Hubert. Nog in de eerste helft van volgend jaar betekent dit een aanvulling met meer dan honderd plaatsen. Op wat langere termijn komt er in Achène een centrum voor jeugddelinquenten met een capaciteit van 125 bewoners.
Voor de uitvoering van het masterplan gevangenissen werkt Justitie samen met de Regie der Gebouwen, die als bouwdirecteur optreedt. Justitie gebruikt daarvoor een eerste krediet van 60 miljoen Euro. Voor de bouw van nieuwe gevangenissen geven we een privé- promotor de opdracht het gebouw te bouwen op een terrein dat eigendom is van de Staat. Het gebouw wordt ter beschikking gesteld van de Regie der Gebouwen dat het verhuurt op lange termijn met de mogelijkheid na de vervaldatum een koopoptie uit te oefenen. Zo is er nu een portefeuille met duidelijk afgelijnde projecten waarmee we privé- promotoren wensen aan te trekken. De kostprijs van de opdracht voor aanneming zal over een periode van 18 tot 25 jaar gespreid worden.
Extra capaciteit maakt het ook nodig dat we extra mensen moeten recruteren. Nog in 2008 werven we voor het Directoraat- Generaal Penitentiaire Inrichtingen 626 extra medewerkers aan. Ze vatten hun nieuwe job aan voor eind november van dit jaar.
Het masterplan voorziet ook in een betere beveiliging van de gevangenissen. Het meest in het oog springend zijn de netten die onder meer moeten verhinderen dat er nog ontsnappingen zijn met een helicopter. Volgende week, op 18 juni, kan u in Brugge de eerste dergelijke beveiliging bekijken. Na Brugge volgen Hasselt, Lantin, Ittre en Andenne, waar we de zogenaamde risicogedetineerden willen onderbrengen.
Extra gevangeniscapaciteit moét er komen, maar het is niet onze énige ambitie. Ook ik ben ten volle de mening toegedaan dat gevangenisstraf een “ultimum remedium” is, een laatste remedie, de laatste optie, als alle andere pogingen of mogelijkheden hebben gefaald of, terwille van de bescherming van onze samenleving, niet aan de orde zijn. Dat wij binnenkort nieuwe gevangenissen beginnen te bouwen doet dus niet in het minst af aan onze vaste wil om alternatieve maatregelen te bevorderen. Maatregelen zoals het Elektronisch Toezicht en de Werkstraf. Dat zijn alternatieven voor gevangenisstraf.
Er zijn ook veel initiatieven die vermijden dat het tot een straf komt, die een zogenaamde judiciarisering net voorkomen. Ik verwijs in dit verband naar de pretoriaanse probatie in het project Proefzorg in Gent en naar de Drugsbehandelingskamer voor drugsverslaafden. Drugsgebruikers krijgen er eerst incentives om zich te herpakken in de hulpverlening. En dat werkt. In Wallonië zijn mij ook zeer succesvolle initiatieven opgevallen op het stuk van intrafamiliaal geweld.
Het aantal werkstraffen neemt in ons land jaar na jaar toe. Naar verwachting zullen dit jaar meer dan 10.000 werkstraffen worden uitgevoerd. We sleutelen nog aan het statuut en het subsidiëringssysteem van de werkstraffen om deze optie nog te versterken. Het Elektronisch Toezicht is een strafuitvoeringsmodaliteit waarin we sterk geloven, maar die meer materiële en personele middelen nodig heeft om de efficiëntie te verbeteren en de wachtlijsten weg te werken. De wachtlijsten creëren op dit moment nog een de facto straffeloosheid en die ondergraaft de geloofwaardigheid van een op zich zeer geschikte modaliteit. Om dit te verhelpen werven we zeer binnenkort justitieassistenten aan en hebben we een betere regeling uitgewerkt voor de opvolging van veroordeelden onder Elektronisch Toezicht. Misschien hebt u de jobadvertentie voor justitieassistenten in de kranten opgemerkt. 800 Nederlandstaligen en bijna 700 Franstalige kandidaten nemen binnenkort aan hét examen deel. Uiteindelijk zullen tweehonderd justitieassistenten in dienst worden genomen.
Tegelijk moet men goéd beseffen dat een humaan gevangeniswezen alléén met die maatregelen niét haalbaar is. Justitie is een en/en-verhaal. Het is niet het één of het ander, het is het één én het ander. Ik pleit niet voor meer repressiviteit. Ik pleit voor een consequente en dus geloofwaardige strafuitvoering. Ik pleit ervoor dat een veroordeelde meteen zijn straf uitzit, wat nu lang geen regel is. Er zijn wachttijden, er zijn momenten van straffeloosheid waardoor het effect van de straf in belangrijke mate verloren gaat. Een geloofwaardige strafuitvoering is onhaalbaar zolang de overbevolking aanhoudt. Een correct parcours voor de alternatieve maatregelen is onhaalbaar zolang de overbevolking aanhoudt. Een correcte implementatie van opleidingsinitiatieven voor penitentiaire beambten is onhaalbaar zolang de overbevolking aanhoudt. Met andere woorden: deze overbevolking is verantwoordelijk voor het falen, ondanks enorm veel goede wil en expertise, van een deel van onze rechtsbedeling. Daarom is dit masterplan een master move tegen een master problem.
Dames en heren, geachte genodigden. Het activiteitenverslag van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen geeft aan dat er hard gewerkt wordt, ondanks de bijzonder moeilijke omstandigheden. Ik lees er een grote creativiteit in. Ik lees er ook trots in. Toen we Vorst hebben bezocht, is mij de grote betrokkenheid opgevallen van de penitentiaire beambten met wie ik sprak. Voor hen is het “à la guerre comme à la guerre”, maar met volle inzet. Ik vind dat niet evident. En dus waardeer ik die inzet des te meer. Aan Hans Meurisse en zijn mensen past hier een welgemeend dank u wel. En weet: ik vecht voor uw gevangenissen, ik vecht voor een humane strafuitvoering.
Marneffe, 12 juni 2008.
Jo Vandeurzen
Vice-eerste Minster, Minister van Justitie en Institutionele Hervormingen