Opening Justitiehuis Brugge

Print deze pagina

28/05/2008

Al bij mijn aantreden als Minister van Justitie heb ik duidelijk gemaakt dat een verbeterde strafuitvoering in mijn beleid een prioriteit is. De justitiehuizen zijn in dit proces belangrijke actoren die we voor hun omvattende opdracht meer slagkracht wensen te geven. Daarover heb ik het straks.

Het belang van de justitiehuizen komt eigenlijk voort uit onze inschatting van strafuitvoering. Voor justitie is gevangenisstraf in die inschatting een ultimum remedium. Als àlle àndere mogelijkheden zijn uitgeput of geen pas geven, en pas dàn, kunnen we voor gevangenisstraf kiezen. Dus moeten er voldoende alternatieven vlot toegankelijk zijn en opgevolgd kunnen worden. Voor sommige daders is gevangenisstraf onvermijdelijk, ook al om de samenleving te beschermen. Voor anderen is een geslaagde re-integratie in de maatschappij het ultieme objectief. Net dààr ligt de waardevolle opdracht van de justitieassistenten. Zeker in Brugge waar bemiddeling in strafzaken, werkstraffen, probatiemaatregelen en elektronisch toezicht voor vrijheidsstraffen van drie jaar en minder het grootste deel van de werklast uitmaken. Ik ben mij er ten volle van bewust dat deze opdracht enkel kan slagen met goede samenwerkingsafspraken, voldoende mensen en voldoende logistieke middelen.

Dankzij mijn collega Didier Reynders kunnen justitiabelen in Brugge nu terecht in dit prachtig gerenoveerde klooster en hebben de justitieassistenten, administratieve medewerkers en de directeur hier een aangename werkplek.

Dit gebouw doet op z’n minst pogingen om zich in te schakelen in de keten van justitie: eerst een klooster, dan een politiekantoor, nu een justitiehuis. Ik dank collega Reynders daarvoor oprecht. Zonder een goed overleg met zijn diensten van de Regie der Gebouwen, hoeven we zelfs niet te spreken over een performant  strafuitvoeringsbeleid. Intussen overlegt mijn beleidcel met de Regie der Gebouwen over een betere accommodatie voor een aantal andere justitiehuizen.

Hoe belangrijk ook, er is natuurlijk meer aan de hand dan betere accommodatie. Zoals u weet, ben ik een groot pleitbezorger van wat wel eens “goed bestuur” wordt genoemd. Ik bedoel daarmee: transparant management dat zonder grote opzienbarende ingrepen ervoor zorgt dat alles vlot, correct en met groot respect voor de burger verloopt. Goed management is geen evidentie, het veronderstelt dat heel wat randvoorwaarden zijn vervuld, het veronderstelt een voortdurende opleiding, het veronderstelt de optimalisering en integratie van het computerprogramma SIPAR, het veronderstelt ondernemingszin, de wil om een goed management te implementeren. In de justitiehuizen zijn de directeurs van de justitiehuizen nu geresponsabiliseerd als capabele managers die de samenwerking met de opdrachtgevers elk in hun gerechtelijk arrondissement verstevigen en zodoende de verschillende mandaten professioneel beheren. In de komende maanden zullen we dan ook het KB over het Overlegplatform finaliseren en een wettelijke basis geven.

Om het aanbod aan prestatieplaatsen blijvend te garanderen en te kunnen evolueren naar een ruimere toepassing van de werkstraf gaan we het huidige versnipperde en ingewikkelde subsidiesysteem voor diensten ter omkadering van de werkstraf vereenvoudigen. Op dit moment ontwikkelt mijn beleidscel een uniform, transparant en modern subsidiesysteem. Eind juni verwacht ik een expertenanalyse van het juridisch statuut van de werkgestrafte inzake welzijn op het werk. Onder andere daarop zullen we ons baseren om de werkplaatsen te de best mogelijke manier te consolideren.

Een relevant feit voor de Justitiehuizen is, dat sinds 1 februari 2007 de strafuitvoeringsrechtbanken bevoegd zijn voor de strafuitvoerings-modaliteiten van alvast veroordeelden met een totale strafduur van meer dan drie jaar. Ik heb beslist dat andere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbanken (straffen onder 3  jaar, ter beschikking stelling van de strafuitvoeringsrechtbanken, geïnterneerden) zouden gefaseerd in werking treden. Het is onverantwoord om de bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbanken voort uit te breiden zonder met gelijke tred de noodzakelijke randvoorwaarden te realiseren inzake organisatie, logistieke ondersteuning en personeelsbezetting. Een werklastmeting dient de noden op het personele vlak uit te klaren.

Volledig in lijn met het regeerakkoord van 18 maart 2008 moeten de strafuitvoeringsrechtbanken en justitiehuizen de mogelijkheid krijgen om op kruissnelheid te komen ten laatste in 2012, maar naar ik mag hopen en wens, veel eerder.

In deze ontwikkeling moet onze aandacht uitgaan naar de dader, maar ook naar de slachtoffers. Ik heb vastgesteld dat het voor een slachtoffer lang niet evident is z’n weg te vinden in de regelgeving en geïnformeerd en gehoord te worden. Een slachtoffer moet ook meestal zélf het initiatief nemen als hij of zij betrokken wil worden bij de strafuitvoering. Die mensen moeten we bijstaan, door naar ze te luisteren, door ze vooral niet door een kluwen van regels te sturen, maar door ze integendeel eenvoudige en overzichtelijke procedures aan te bieden. Ik wens de regelgeving daarom zoveel mogelijk te stroomlijnen. In Kamer en Senaat volgen we drie wetsvoorstellen ter zake van nabij op. In al deze segmenten spelen de justitiehuizen en de justitieassistenten een dragende rol, een rol die ik belangrijk vind en waarvoor ik heel expliciet mijn waardering wil uitspreken.

Mijn bijzondere aandacht gaat vandaag in Brugge naar het nieuwe mandaat dat het DG Justitiehuizen sinds 1 september 2007 heeft opgenomen, namelijk het elektronisch toezicht. Zoals ik in mijn beleidsplan toelichtte, moeten we gaandeweg in staat zijn om van het elektronisch toezicht een efficiënte en doeltreffende strafuitvoeringsmodaliteit te maken. Vandaag volgen 687 veroordeelden dit regime. Toch is er tegelijk een lange wachtlijst en worden we geconfronteerd met lange wachttijden. Ook in Brugge doet zich dit voor.  Een geloofwaardige strafuitvoering betekent onder meer dat een straf, eens uitgesproken, onmiddellijk kan worden toegepast. Indien dat niét kan, gaat het effect van de straf verloren, en erger, ontstaat er straffeloosheid. Dat is iets waar de burger het terecht heel moeilijk mee heeft. Dus daar moesten we wat aan doen.

Tot 1 september 2007 opereerde het Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht (het NCET) onder het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen en werd het georganiseerd als een virtuele gevangenis met aan het hoofd van het centrum een gevangenisdirecteur.  In 2006 werd beslist om de uitvoering en de opvolging van elektronisch toezicht over te dragen aan het Directoraat-Generaal Justitiehuizen. Het Nationaal Centrum maakt voortaan deel uit van dit Directoraaat-Generaal. Deze hervorming ging gepaard met een vrij grondige herdefiniëring van het elektronisch toezicht, de wijze van controle en van begeleiding.

Ik stel spijtig genoeg vast dat de werking van het elektronisch toezicht in de praktijk aan efficiëntie heeft ingeboet. Het zogenaamde ET verliest als strafuitvoeringsmodaliteit slagkracht, efficiëntie en doeltreffendheid wanneer de veroordeelde in dit regime niet rigoureus wordt opgevolgd. De praktijk wijst uit dat het uitblijven van een ondubbelzinnige reactie bij het niet naleven van het programma dat de strafuitvoeringsrechtbank oplegt, leidt tot een inhoudsloze strafuitvoering. Via de wet diverse bepalingen is ondertussen een wijziging aangebracht aan artikel 64 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie.

De wijziging betekent een bijkomende, bijzondere, wettelijke herroepingsgrond, indien de concrete invulling van het programma van beperkte detentie en elektronisch toezicht niet wordt nageleefd. Mijn beleidscel werkt op dit moment aan de aanpassing van het KB van 29 januari 2007 tot bepaling van de concrete invulling van het programma van de beperkte detentie en van het elektronisch toezicht en het KB van 29/1/2007 tot bepaling van het verslag van de directeur en tot bepaling van de samenstelling en de werkwijze van het personeelscollege. Tevens zijn de bijhorende ministeriële omzendbrieven van elektronisch toezicht en beperkte detentie in voorbereiding.

De aanpassingen gaan over de reacties bij het niet naleven van de uurroosters door het NCET, De technische vereisten voor het elektronisch toezicht,  de na te leven richtlijnen met betrekking tot de plaatsing, het handhaven en de afsluiting van het toezichtmateriaal; Het niet naleven van deze bepalingen het uurrooster van ET geeft aanleiding tot een verwittiging en mogelijks ook tot een herberekening van het aantal vrije uren.

Tevens zal het NCET opnieuw een coördinerende taak opnemen en zal de interventie van de politiediensten, via de NCET,  opnieuw bepaald worden

Ik ben ervan overtuigd dat de strafuitvoering en jullie begeleidingstaak als justitieassistent hierbij op deze manier aan daadkracht en dus ook aan geloofwaardigheid zal winnen. Voor de justitiehuizen betekent het een opportuniteit om alle aandacht in haar core- business te kunnen investeren. En uiteraard lukt dit niet met de huidige bestraffing. Zoals u weet, komt er voor eind dit jaar een substantiële verhoging van de omkadering van de centrale diensten van het DG Justitiehuizen en van het aantal justitieassistenten voor de verschillende justitiehuizen.

De recrutering van met name bijkomende justitieassistenten gaat nu al  van start. De inschrijvingen lopen en worden afgesloten op 9 juni. Het examen heeft de laatste week van juni plaats. De eerste aanwervingen zijn begin september voorzien. Dit weekend verschijnt een vacaturebericht in de kranten en ik verneem dat de directeuren van de justitiehuizen de posters en folders waarin wordt opgeroepen om deel te nemen aan “hét examen” zelf naar de hogescholen en universiteiten brengen. Ik waardeer deze betrokkenheid zeer en hoop dat deze contacten kunnen bestendigd worden. In de nabije toekomst zullen goede contacten met de
onderwijswereld nog van groter belang blijken op een alsmaar krappere arbeidsmarkt. Ik wens u alvast veel succes toe met de nieuwe collega’s die eraan komen en de mogelijkheden die dat u zal bieden.

Beste mensen, ik ben blij dat ik vandaag aanwezig mag zijn bij de inhuldiging van jullie nieuwe, echt wel prachtige gebouw hier in Brugge. Een nieuw gebouw, een nieuw élan, en een onontbeerlijke en bijzondere bijdrage tot de strafuitvoering. Op de recruteringsflyer las ik een uitspraak van een justitieassistente. Ik citeer: “Het gebeurt vaak dat mensen hier opgelucht vertrekken, dat ze het weer zien zitten. Is er iets mooiers?” Einde citaat. Ik denk dat het voor deze collega een retorische vraag was. En terecht. Ik dank u.


Jo Vandeurzen
Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie en Institutionele Hervormingen
30 mei 2008