Opening justitiehuis Hoei

Print deze pagina

12/03/2008

U heeft al wel door dat de uitbreiding van de gevangeniscapaciteit voor mij een topprioriteit is. De uitbreiding is een conditio sine qua non voor een humane strafuitvoering en voor veel andere initiatieven die we willen nemen. We moeten gedetineerden een correct regime kunnen aanbieden en het gevangenispersoneel verdient goede werkomstandigheden. Ook de beveiliging van de gevangenissen en dus de bescherming van de samenleving zijn hierbij aan de orde.

Maar hoe belangrijk extra gevangenissen ook zijn, we mogen niet uit het oog verliezen dat de gevangenisstraf een ultimum remedium is. Met andere woorden: we moeten ook meer alternatieve mogelijkheden creëren, alternatieven voor er sprake is van een straf én alternatieven voor de gevangenisstraf. En we moeten gedetineerden goed voorbereiden op hun definitieve invrijheidstelling. Dat is mijn tweede prioriteit. En hiermee zetten we les pieds dans le plat van de mooie opdracht van de justitiehuizen. Hun opdracht kan alleen maar slagen als er goede samenwerkingsafspraken zijn, voldoende mensen en voldoende logistieke middelen.

Dankzij mijn collega Didier Reynders is het Justitiehuis van Hoei een prachtig huis geworden. Ik dank hem daarvoor oprecht. Zonder een goed overleg met zijn diensten van de Regie der Gebouwen, hoeven we zelfs niet te spreken over een performant strafuitvoeringsbeleid. En dat goede overleg is er, daarvan is deze inauguratie een mooi bewijs. In het justitiehuis kan de burger terecht voor eerstelijns juridisch advies. Ook voor wat we de justiciabelen noemen, is er ruimte voor een vertrouwelijk en respectvol gesprek.

Als nieuwe minster van justitie heb ik vastgesteld dat er in mijn bevoegdheidsgebied de afgelopen jaren veel treinen zijn vertrokken, maar stel ik helaas vast dat op sommige plaatsen nog geen sporen gelegd zijn. Ik meen dat er geen nood is aan grote nieuwe initiatieven of hervormingen. We moeten geen locomotieven kopen, we moeten rails leggen opdat de treinen die er zijn vlot van A naar B kunnen rijden. De wet op de externe rechtspositie van veroordeelden is zonder meer een goede zaak, maar de uitvoeringsbesluiten zijn nog te vaag en dat leidt zowel bij de justitiehuizen bij de strafuitvoeringsrechtbanken tot verwarring en uiteenlopende interpretaties. Het elektronisch toezicht en de beperkte detentie bestààn en zijn geslaagde alternatieven voor gevangenisstraf. Maar in de uitvoering stuiten we ook hier op moeilijkheden; ik denk aan de lange wachttijden voor het elektronisch toezicht en het gebrek aan alerte sanctionering. Die disfuncties moeten we uit de weg ruimen. Onder andere door een betere samenwerking tussen Directoraat- Generaal Penitentiaire Inrichtingen en Directoraat Justitiehuizen. Ook deze remediëring beschouw ik als een belangrijke beleidsopdracht voor Justitie.

De directeurs van de justitiehuizen wil ik responsabiliseren als capabele managers die de samenwerking met de opdrachtgevers elk in hun gerechtelijk arrondissement verstevigen om zodoende de verschillende mandaten professioneel te beheren. In de komende maanden zullen we dan ook het KB over het Overlegplatform finaliseren en een wettelijke basis geven.

Justitie assistenten zijn de go-betweens tussen de opdrachtgever en de hulpverleningsinstanties waarnaar wordt doorverwezen. Ook de hulpverlening is in dit verhaal een cruciale partner.

Als Minister van Justitie handhaaf ik de bestaande subsidiëring. Ik wil ze ook vereenvoudigen en een stabiliteit op langere termijn instellen. Onlangs was ik te gast bij de opening van een derde antenne van de vzw Praxis in La Louvière. Ik heb daar een goed inzicht gekregen in het belang van een sterke cohesie met de hulpverlening, in dit specifieke geval op het stuk van partnergeweld.

Wat de werkstraffen aangaat: die wil ik graag vrijwaren en zo mogelijk bijkomend investeren om het huidige élan te versterken. Intussen beloopt het aantal werkstraffen al een kleine 10.000. Tegelijk moeten we de bemiddeling in de volledige gerechtelijke procedure grondig voorbereiden op uitvoering.

Onze aandacht moet uitgaan naar de dader, maar ook naar het slachtoffer. Als mensen die op het verkeerde pad beland zijn geholpen kunnen worden buiten de gevangenis, moeten we daar de voorkeur aan geven. Dus moeten er voldoende alternatieven vlot toegankelijk zijn en opgevolgd kunnen worden. Voor sommige daders is gevangenisstraf onvermijdelijk, ook al om de samenleving te beschermen. Voor de meesten is dan een geslaagde heropneming in de maatschappij het ultieme objectief. En, zoals ik zei: er zijn de slachtoffers. We moeten ze bijstaan, door te luisteren, door ze vooral niet door een kluwen van regels te sturen, maar vooral door ze eenvoudige en overzichtelijke procedures aan te bieden. In al deze segmenten spelen de justitiehuizen en de justitie assistenten een dragende rol, een rol die ik belangrijk vind en waarvoor ik heel expliciet mijn waardering wil uitspreken. Dat jullie nu zo mooi behuisd zijn, is mij een bijkomend genoegen. Ik ben ervan overtuigd dat ik samen met jullie een mooi verhaal kan schrijven op justitie.