Proefzorg en Drugsbehandelingskamer

Print deze pagina

02/04/2008

Geachte heer Voorzitter, geachte heer Procureur des Konings, Professor De Ruyver, dames en heren,

In de politiek kunnen de zaken soms een merkwaardige wending nemen. Zo werd ik in 1997 verslaggever van de werkgroep drugs die in de kamer van volksvertegenwoordigers werd opgericht. Ik was enigszins vertrouwd met de beleidskant van de problematiek, omdat ik er zeer concreet mee geconfronteerd werd als voorzitter van het Genkse OCMW. Ter ondersteuning van de werkzaamheden van de parlementaire werkgroep – toen heette dat nog heel bescheiden ‘een werkgroep’ – deden we een beroep op professor Brice De Ruyver, dé autoriteit inzake drugsbeleid.

Uiteindelijk zou de werkgroep een rapport afleveren van meer dan duizend pagina’s. De aanbevelingen van de werkgroep legden de basis voor het drugsbeleid in ons land. Het werd een warm pleidooi voor een geïntegreerde benadering gericht op ontrading. En net in de periode dat, via de commissie Dutroux, – waarin professor De Ruyver ook een cruciale rol speelde - een nieuw evenwicht werd gezocht tussen de wetgevende, uitvoerende en gerechtelijke macht, werd duidelijk bepaald wat de plaats zou worden van justitie in de strijd tegen het risico op verslaving. Repressie maakt deel uit van een geïntegreerde benadering waarin onze gezamelijke inspanningen gericht zijn op de volksgezondheid. Voor het eerst werd op parlementair niveau aangedrongen op een samenwerking tussen hulpverlening en de actoren van justitie. Wat voor sommigen onverzoenbare protagonisten waren, moesten nu partners worden. Met respect voor elkaars eigenheid. Maar overleg en afstemmingen kregen hun plaats.

En kijk, meer dan tien jaar later mag ik als minister van justitie professor De Ruyver opnieuw ontmoeten. En is het voor mij een hele eer om aanwezig te mogen zijn bij de voorstelling van de evaluatie van het project Proefzorg.

Proefzorg Gent is een perfecte illustratie van wat we destijds – met een kamerbrede meerderheid - in de aanbevelingen van de werkgroep hebben bepleit. Het project slaat een brug tussen justitie en de hulpverlening en volgt de begeleiding van A tot Z op. Dit is de justitie waarvan ik graag een pleitbezorger ben: een justitie die geen eiland is in de samenleving, die haar onafhankelijkheid niet gebruikt als een alibi om zich niet te moeten engageren, maar een justitie die zich inschakelt in een omvattende strategie ten bate van het algemeen welzijn. Met behoud van haar eigen verantwoordelijkheid en prerogatieven. Maar bewust van de maatschappelijke opdracht.

De kwantitatieve evaluatie van het proefzorgproject, die de Universiteit van Gent onder leiding van Professor Brice De Ruyver uitvoerde, leest als een laudatio voor het project. Het aantal kandidaten dat op het aanbod ingaat ligt met 88% erg hoog en de succesratio haalt eveneens grote onderscheiding. Proefzorg Gent maakt van de notie justitie als “ultimum remedium” een realiteit.

Want de voordelen van proefzorg zijn duidelijk. Op dit moment heeft een parketmagistraat die geconfronteerd wordt met een drugsgebruiker eigenlijk weinig heilzame opties. De magistraat kan opteren voor een minnelijke schikking en dus de drugsgebruiker een geldboete laten betalen. Strafbemiddeling is een andere mogelijkheid, maar die is niet altijd aan de orde, omdat er vaak geen slachtoffer is. De  magistraat kan de drugsgebruiker ook dagvaarden in de redenering dat de rechter probatiemaatregelen zal opleggen. Maar dat duurt wel even. Dankzij Proefzorg kan een drugsgebruiker heel snel doorverwezen worden naar de hulpverlening en justitieel opgevolgd worden. Dat heeft een impact op recidive, die daalt aanzienlijk, en op een goede herintegratie, een kans die even aanzienlijk toeneemt.

Proefzorg Gent is wat mij betreft één van die “best practices”, zoals we er in de wereld van justitie op tal van terreinen heel wat kennen. Het is een aanpak die verdient veralgemeend te worden in heel ons land. Hoe dat kan gebeuren en wat de randvoorwaarden zijn, gaan we nu grondig bekijken. Want het is niet omdat Proefzorg in Gent tot een schitterend rapport leidt, dat dit per definitie ook elders zo is. Het model zal in andere arrondissementen sowieso aangepast moeten worden aan regionale noden en omstandigheden. Voorwaarden zijn er op het stuk van de organisatiegraad en capaciteit van de hulpverlening. Er is de financiële haalbaarheid. De financiering van de hulpverleningscentra moet op punt staan. Dit betekent dat hulpverleningscentra die werken met justitiecliënten, in welk stadium ook, afdoende gesubsidieerd moeten zijn. En dan is er de nood aan één visie op het profiel en de positionering in de keten van de proefzorgmanager, de brugfiguur, de permanente link tussen justitie en de hulpverlening. Ten slotte, en van groot belang, is de verwachting dat de betrokken (drugs)magistraten handelen vanuit een gemeenschappelijke en gedragen visie. Aan de dienst voor het Strafrechterlijk Beleid, onder leiding van mevrouw Diane Reynders, hebben we gevraagd zo snel mogelijk een onderzoek naar de essentiële en bijkomende randvoorwaarden voor justitie en hulpverlening af te ronden. Ten slotte moeten we ook goed evalueren welke initiatieven nodig zijn om het project goed wettelijk te kaderen.

Geachte aanwezigen,

Justitie zal haar verantwoordelijkheid in een geïntegreerde aanpak van de verslavingsproblematiek ten volle opnemen. En dat betekent ook een volgehouden strijd tegen drugsproductie en drugshandel. Deze  prioriteit is nadrukkelijk ingeschreven in het Nationaal Veiligheidsplan, een plan met meetbare doelstellingen dat het resultaat is van een geïntensifieerde samenwerking van politie en justitie. En er zijn redenen tot bezorgdheid. Ons land is omwille van zijn ligging een doorvoerland bij uitstek van allerlei illegale drugs. Het aantal cannabisplantages in ons land is het afgelopen jaar verdubbeld. De stijging doet zich hoofdzakelijk in Vlaanderen voor én in de grensstreek met Nederland. Maar het nieuws van de ontdekking gisteren van een grote plantage in hartje Brussel doet ons beseffen dat het probleem zeer ernstig en omvattend is.  Zonder een repressieve aanpak van het drugsaanbod zijn we aan het dweilen met de kraan open. Dat kan niet de bedoeling zijn. Hier past een efficiënt en resultaatsgericht optreden van politie en justitie.

Straks zal ik het samenwerkingsprotocol voor de Drugsbehandelingskamer ondertekenen. De Drugsbehandelingskamer is een nieuw pilootproject van de correctionele rechtbank van Gent. In de Drugsbehandelingskamer haken zetel, parket, balie, hulpverlening en het justitiehuis in elkaar. Het initiatief geeft de aanpak van drugsgebruikers een extra gelaagdheid. Het is een gedurfd project dat we, zoals dat bij het proefzorgproject gebeurd is, ernstig zullen evalueren.

Sta mij toe, u allen, die hebben bijgedragen en zult bijdragen tot het welslagen van deze “best practises”, van het proefzorgproject en de Drugsbehandelingskamer oprecht met uw werk en inzichten te feliciteren en u ervoor te bedanken. Justitie is op dit ogenblik niet weg te denken uit onze dagdagelijkse berichtgeving. Jammergenoeg niet altijd in positieve zin. U hier, pioniers uit Gent, toont de justitie van de 21-ste eeuw op een bijzonder positieve manier. Die justitie is zich bewust van de eigen, specifieke verantwoordelijkheid en is bereid die ten volle op te nemen. Met deze justitie kunnen we datgene bereiken waarvoor we hier allemaal ijveren: een veilige wereld waarin elke mens het respect krijgt dat hij of zij verdient.