09/03/2008
Mijnheer de Minister Christian Dupont,
Mijnheer de Minister Didier Donfut,
Mevrouw Coruzzi,
Mijnheer Libert,
Dames en Heren,
Om te beginnen wil ik U danken voor de uitnodiging. Ik ben met genoegen naar hier gekomen want ik respecteer ten zeerste het werk dat U al sinds 1992 levert met een volharding die onze waardering verdient en met een “zeer rechtvaardige” inspiratie. Als minister van justitie moedig ik zeer beslist de sensibilisering aan en het geven van een verantwoordelijkheidsgevoel aan die groepen die U vertegenwoordigt. Het klopt dat er nog veel werk te doen is, maar U bent er klaar voor. Ik van mijn kant ben ook klaar. Ik ben klaar om U de politionele en gerechtelijke acties inzake partnergeweld te preciseren. En ik ben klaar om de inbreng van mijn departement te handhaven. Ik zeg U dadelijk hoe.
Uit wereldwijd onderzoek blijkt dat partnergeweld de meest voorkomende vorm van geweld is. Toch bestaan er nog tal van andere vormen van huiselijk geweld, zoals eergerelateerd geweld, geweld als gevolg van mensenhandel en seksuele uitbuiting, huisslavernij en genitale mutilatie. Volgens de Raad van Europa komt één op de vijf vrouwen in aanraking met geweld binnen het gezin, fysiek of psychisch, en volgens een recent Nederlands onderzoek is dat zelfs één op de vier. Dat zijn verontrustend hoge cijfers. Het betekent ook dat we allemaal wel een slachtoffer kennen. Het betekent voor mij als Christen-Democraat dat een dragend element van samenleven, nl. het gezinsleven, ernstig verstoord wordt.

Het betekent dat Justitie een sterk signaal moet en zal blijven geven dat huiselijk geweld niet getolereerd wordt. Het is belangrijk dat onze inspanningen zich richten naar zowel de daders als de slachtoffers.
In mei 2004 werd een nieuw Nationaal Actieplan Partnergeweld (2004-2007) opgesteld door de Minister van Gelijke Kansen, de Minister van Volksgezondheid, de Minister van Binnenlandse zaken, de Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor het Gezin. Het federale actieplan wordt gecoördineerd door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. De nadruk van het actieplan lag op de strijd tegen (ex-) partnergeweld en er zijn 6 grote strategische doelstellingen: sensibilisering, opleiding en vorming, preventie, opvang en bescherming van slachtoffers, repressieve maatregelen en tenslotte evaluatie. Voor een twaalftal actiepunten ben ik als Minister van Justitie verantwoordelijk. De voorbije drie, vier jaar zijn er al behoorlijk wat initiatieven genomen, sommige zelfs voltooid. Voor nieuwe actiepunten op het stuk van justitie vind ik het verstandig de evaluatie van de lopende projecten af te wachten.

De kwantitatieve analyse door de statistisch analisten zal eind maart klaar zijn en de kwalitatieve analyse door de Dienst Strafrechtelijk Beleid verwachten we tegen eind april van dit jaar. Wij nodigen Praxis uit om deel te nemen aan een evaluatie. De Procureurs-Generaal hoopten al op 14 februari klaar et zijn met een evaluatie van de uitvoering van de huidige omzendbrieven (COL 3 en 4), maar we zullen iets langer moeten wachten: tot 24 april 2008. Ik zal mij met alle mogelijke middelen inzetten voor het Nationaal Plan tegen partnergeweld.
In uitvoering van het KB van 17/12/2003 financiert Justitie de personeels-uitgaven van Praxis. Met betrekking tot de subsidiëringscriteria, voorzien in het KB van 17 december 2003 beloopt het voor 2008 toegekende budget 812 469,27 €. Op dit moment werken mijn medewerkers aan een nieuw KB dat structurele oplossingen zal aanreiken om de financiering te versoepelen.
Ik verneem dat in de loop van 2007, 748 plegers van partnergeweld de vorming, georganiseerd door Praxis, hebben gevolgd. Ik steun Uw ambitie om in 2008 met meer dan 1000 daders te werken, opgedeeld in 17 gesloten en 11 open groepen.
Wat ik ook overtuigend vind, is dat het werk van Praxis niet begrensd is door de kantooruren; men kan er ook ’s avonds en op zaterdag terecht. En dat moet ook zo. Gelet op de ernst van het probleem bestaat de uitdaging er immers in om de begeleiding te vergemakkelijken tijdens de eerste drie maanden die volgen op de veroordeling.

Over het algemeen is de samenwerking tussen de justitiehuizen en de organisatie Praxis erg positief. Sommigen vinden de voorwaarden die Praxis stelt om tot een groep te worden toegelaten te streng. Enkele justitiehuizen zouden willen dat de mogelijkheid zou worden gecreëerd tot gespecialiseerde individuele begeleiding voor personen van wie het psychosociaal profiel geen integratie in een groep toelaat. Ik deel met U de bezorgdheid dat elke dader recht heeft op deze hulpverlening.
Samen met de collega’s-Minister hebben we denk ik veel vooruitgang mogelijk gemaakt en nieuwe pistes geopend. Maar het werk is niet af, dat zie ik in. Daarom ook wil ik mij als Minister van Justitie, samen met Praxis, blijven inzetten voor een optimale bejegening van daders en slachtoffers.
Ik dank U.