03/11/2008
Geachte collega’s,
Dames en heren van de pers,
Geachte aanwezigen,
Ik herinner mij nog goed het weekend van 26-27 april 2008. Het parket van Brussel maakte bekend dat het enkele jonge criminelen terug de straat had opgezet, omdat er geen plaats was in de gesloten jeugdcentra. Dit soort gebeurtenissen voedt een perceptie, en erg genoeg een realiteit van straffeloosheid.
03/11/2008
Een weekend als alle andere
In het weekend van 26/27 april 2008 werden een 15-tal straatboefjes terug de straat op gezet. Twee van hen hadden een bejaarde dame haar handtas afhandig gemaakt. Volgens de rechter moesten ze naar een gesloten instelling. Daar bleek aanvankelijk geen plaats voor ze te zijn. De Brusselse magistraten noemden de toestand dramatisch.
Op 28 april jl. nodigde ik mijn collega’s Steven Vanackere (Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) en Cathérine Fonck (Franse gemeenschapsminister van Gezondheid, Kinderwelzijn en Hulpverlening aan de Jeugd) uit voor overleg over de dwingende nood aan meer capaciteit in de instellingen voor jeugddeliquenten.